Voor VvE’s, appartementencomplexen en beheerders kan het verwijderen van een Comelit intercomsysteem noodzakelijk zijn bij renovatie, vervanging of technische updates. Zonder een gestructureerde werkwijze loopt u het risico op vertraging, beschadigde bekabeling en onvoorziene kosten.
In deze stap-voor-stap-handleiding leert u exact welke veiligheidsmaatregelen u volgens NEN 3140 moet treffen, welke gereedschappen en materialen onmisbaar zijn, hoe u zowel de buitenunit als de binnenmonitor zorgvuldig losmaakt en hoe u oude componenten verantwoord afvoert.
De gids is opgebouwd in drie duidelijke fasen: voorbereiding, demontage en nazorg. Zo volgt u vanaf de eerste planning tot aan de milieuvriendelijke afvoer een helder plan om uw Comelit intercom vakkundig te demonteren.
1. Plan de demontage van het Comelit intercomsysteem
Een goede demontage begint met een gedetailleerd actieplan. Daarmee voorkomt u verrassingen tijdens het werk, minimaliseert u de overlast voor bewoners en houdt u grip op tijd en kosten. In dit hoofdstuk leest u hoe u de demontagestrategie opstelt: van het herkennen van uw Comelit-systeem tot het vastleggen van een heldere planning en communicatiestructuur.
1.1 Identificeer het type Comelit-systeem
Voordat u gereedschap pakt, bepaalt u welk model Comelit-intercom er is geïnstalleerd. De vier meest voorkomende types zijn:
- Audio-only: meestal 2-draads, enkel spraak zonder camerafunctie. Eenvoudiger te demonteren omdat er minder bekabeling en geen voeding voor video nodig is.
- Video (4+1-draads): kent vier draden voor audio en voeding en één coaxkabel voor het videosignaal. Houd rekening met extra gewicht en voedingsvereisten.
- Simple-BUS: een digitale tweedraads-bus die voeding, spraak én video in één kern bundelt. Demontage vergt zorgvuldigheid om onderbreking van de bus en netwerkconfiguratie te voorkomen.
- Traditioneel 4+1-draads: dezelfde opzet als video, maar met aparte voeding en signaalkabels. Bij dit systeem is het belangrijk om alle individuele aders te labelen om later eenvoudig te kunnen herinstalleren.
Controleer de unit of raadpleeg het typeplaatje om zeker te zijn van uw systeem. Zo stemt u de demontage- en bekabelingsaanpak af op het juiste model.
1.2 Verzamel relevante documentatie en handleidingen
Zonder de juiste handleidingen raakt u gegarandeerd in tijdnood. Vraag bij een officiële Comelit-dealer de Nederlandse versies op of download ze via de technische informatie van de officiële dealer. Denk in elk geval aan:
- Installatiekit-documenten (bijvoorbeeld Art. KAE5061 of CKA2061A)
- Monitor- en binnenpost-handleidingen (bijv. Mini handsfree 6721W)
- Bekabelingsschema’s van Simple-BUS of 4+1-draads systemen
Print de relevante pagina’s of bewaar ze offline op uw tablet. Zo heeft u tijdens de demontage altijd snel toegang tot aansluitinformatie en veiligheidsrichtlijnen.
1.3 Stel een tijdsplanning en communicatieschema op
Goede afstemming met de VvE en bewoners is cruciaal. Volg deze stappen:
- Datum en tijd kiezen
Bepaal in overleg met de VvE-beheerder een moment waarop de overlast het minst is – bij voorkeur buiten piekuren. - Planning uitschrijven
Maak een simpel rooster met start- en eindtijden per fase (stroomlos maken, unit demonteren, opruimen). - Communicatieschema opstellen
Stel een lijst op met contactpersonen: VvE-voorzitter, technische beheerder, aanspreekpunt per verdieping en een noodnummer voor onvoorziene problemen. - Vooraf informeren
Breng bewoners tijdig op de hoogte via e-mail, bewonersbord en een briefje bij de ingang. Vermeld daarin exacte data, tijden en mogelijke geluidsoverlast.
Met dit communicatie- en tijdschema houdt u alle betrokkenen geïnformeerd en voorkomt u onnodige vragen of ergernissen tijdens de demontage.

2. Veilig werken conform NEN 3140
Het werken aan elektrische installaties in gebouwen vereist strikte naleving van de geldende veiligheidsnormen. Voor Comelit intercomsystemen valt dit onder de NEN 3140 Werkvoorschriften. In deze norm staan de voorschriften voor veilig werken aan laagspanningsinstallaties, met als doel zowel uzelf als de installatie te beschermen.
In dit hoofdstuk behandelen we de relevante spanningsniveaus, het spanningsloos maken van de installatie en de verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) en procedures. Volg deze richtlijnen nauwkeurig om risico’s op elektrische schokken en ongevallen te minimaliseren.
2.1 Toepassingsgebied en spanningsniveaus
De NEN 3140 is van toepassing op installaties tot 1000 V wisselspanning en 1500 V gelijkspanning. In de praktijk houdt dit in dat vrijwel alle standaard intercomsystemen en toegangscontrolesystemen in residentiële en kleinschalige commerciële panden binnen dit bereik vallen.
Voor uw demontage betekent dit:
- Controleer het type voeding van de buiten- en binnenunits. De meeste Comelit-systemen werken op 12–24 V DC of 230 V AC.
- Houd bij het meten rekening met de maximale spanningsgrens van uw meetinstrumenten. Alleen meters gebruiken die gekeurd zijn voor de juiste spanningscategorie (bijv. CAT III voor vaste installaties).
2.2 Spanningsloos maken en vergrendelen
Voordat u begint met demonteren, moet u de stroomvoorziening volledig uitschakelen en vergrendelen. Volg dit stappenplan:
- Lokaliseer de groep of automaat in de hoofd- of submeterkast die de intercom van stroom voorziet. Raadpleeg de bouwtekeningen of het aansluitschema om zeker te zijn.
- Schakel de betreffende groep uit en test met een spanningstester of multimeter dat er inderdaad geen spanning meer staat.
- Bevestig een vergrendelbare zekeringhouder of hangslot om de schakelaar, zodat niemand deze per ongeluk inschakelt.
- Breng een duidelijk rood waarschuwingslabel aan met de tekst “Spanningsloos werken – niet inschakelen” op de meterkast en rondom de werkplek.
Door deze vergrendel- en labelactie voorkomt u ongelukken doordat collega’s of bewoners per ongeluk de stroom weer inschakelen terwijl er nog gewerkt wordt.
2.3 Persoonlijke beschermingsmiddelen en procedures
NEN 3140 schrijft voor welke PBM’s u nodig heeft bij werkzaamheden aan laagspanningsinstallaties. Zorg in ieder geval voor:
- Geïsoleerde handschoenen (minimaal klasse 0) om uzelf te beschermen tegen elektrische schokken.
- Veiligheidsbril om u te wapenen tegen rondvliegende deeltjes bij boren en schroeven.
- Een isolatiemat of -deken om te voorkomen dat u contact maakt met geaarde oppervlakken.
- Geïsoleerd gereedschap (schroevendraaiers, tangen) met een keurmerk voor elektrisch werk.
Werk bij voorkeur met een buddy-systeem: een collega houdt toezicht, helpt bij de spanningsmeting en kan bijstaan in noodgevallen. Voor de start van de werkzaamheden doorloopt u samen een checklist waarin onder andere de volgende punten staan:
- Bevestiging dat de juiste groep is uitgeschakeld en vergrendeld.
- Controle van alle meetinstrumenten en PBM’s op geldigheid en staat.
- Een korte veiligheidsbriefing met aandacht voor vluchtwegen, communicatiemiddelen en eerste hulp.
Met deze persoonlijke beschermingsmiddelen en procedures voldoet u aan NEN 3140 en verkleint u de kans op ongevallen tot bijna nul.

3. Benodigd gereedschap en materialen
Een vlotte en veilige demontage begint met de juiste uitrusting. In dit hoofdstuk vindt u een overzicht van alle tools en materialen die onmisbaar zijn bij het demonteren van een Comelit intercom. Van standaard elektriciteitsgereedschap tot merkspecifieke ontgrendeltools en duidelijk labelmateriaal – met deze checklist voorkomt u verrassingen op de werkvloer.
3.1 Basisgereedschap
Voor de meeste demontageklussen heeft u standaard elektrotechnisch gereedschap nodig:
- Schroevendraaierset (plat, Philips en Torx-bits): kies bij voorkeur een set met magnetische bit-houders voor sneller werken.
- Dopsleutelset (M4 tot M8): handig voor het losnemen van montagebeugels en klemmen.
- Boormachine of schroefmachine: kies een model met variabele toerentalregeling om beschadiging van kunststof onderdelen te voorkomen.
- Geïsoleerde tangenset (zij-, waterpomptang en combinatietang): essentieel voor het losknippen of buigen van kabelstrips zonder risico op kortsluiting.
- Spanningstester en multimeter: controleer altijd of de installatie spanningsloos is voordat u verdergaat.
Tip: gebruik gereedschap met keurmerk (CE en VDE) en let op handvatten met kleurcode voor isolatieniveau. Zo werkt u veilig en voldoet u aan NEN 3140.
3.2 Speciaal Comelit-gereedschap
Comelit-systemen hebben soms eigen stelschroeven, snelsluitklemmen of ontgrendelplaten die u niet met universeel gereedschap kunt bereiken:
- Comelit-bits (bijvoorbeeld voor de panelen van de Art. 6721W monitor): deze zijn soms van afwijkende maatvoering en vindt u bij erkende Comelit-dealers of elektrogroothandels.
- Ontgrendeltools voor busconnectoren: handig om clips lossend te maken zonder de behuizing te beschadigen.
- Kruipolie of kunststofveilige smeermiddelen: maken het loshalen van vastgezette panelen soepeler en verminderen de kans op breuk.
U bestelt deze merkspecifieke tools rechtstreeks bij IntercomDirect bv of bij gespecialiseerde vakgroothandels. Vraag altijd of ze een Comelit-set op voorraad hebben om onnodige levertijd te vermijden.
3.3 Label- en documentatiemateriaal
Tijdens demontage is het cruciaal om kabels, connectors en behuizingsonderdelen te markeren en te documenteren:
- Zelfklevende labels en kleurensets: reserveer voor elke kabelsoort (voeding, audio, video, bus) een eigen kleur.
- Permanent stift en nummerstickers: schrijf korte codes op labels om later in de herinstallatiefase snel te identificeren.
- Fotoapparaat of smartphone: leg vooraf en tijdens iedere stap foto’s vast van aansluitingen en paneelopbouw.
- Notitieblok of tablet met offline handleidingen: maak aantekeningen bij afwijkende aansluitingen of beschadigingen.
Door consequent te labelen en alle stappen te fotograferen, reduceert u de kans op aansluitfouten bij herinstallatie en versnelt u het volledige proces.

4. Uitschakelen van de stroomvoorziening
Het volledig spanningsloos maken van de intercominstallatie is een cruciale stap om veilig te kunnen demonteren. Zonder een correcte uitschakeling loopt u het risico op elektrische schokken en onbedoelde inschakeling door derden. In dit hoofdstuk leest u hoe u stap voor stap de voeding van het Comelit-systeem uitschakelt, controleert en afzekert.
4.1 Lokaliseren van de juiste groepenkast
Voordat u schakelt, moet u precies weten welke automaat of groep de intercom van stroom voorziet. Volg deze werkwijze:
- Raadpleeg de bouw- of installatieschema’s om te bepalen welke groepenkast (hoofd- of submeterkast) de voedingslijn van de buiten- en binnenunit bevat.
- Kijk op de schema’s of op het etiket in de kast welke aardlekschakelaar of groep specifiek is toegewezen aan de intercom. Vaak is dit een 2- of 4-module automaat met een aanduiding als “Bel”, “Intercom” of een nummer dat in het schema overeenkomt.
- Dubbelcheck of er niet méér groepen worden gebruikt (bij Simple-BUS-systemen kan voeding via een ander paneel lopen). Noteer de exacte locatie van de kast(en) en de groepsnamen of -nummers in uw notitieblok.
4.2 Controle met meetinstrumenten
Pas altijd eerst uw meetapparatuur toe om te garanderen dat de installatie inderdaad spanningsloos is:
- Stel uw multimeter of spanningszoeker in op de juiste modus (bij wisselspanning meestal ≥ 230 V AC). Controleer voor gebruik op een bekende live bron of het instrument nog correct meet.
- Meet tussen fase en nul (of fase en aarde) in de groepenkast nadat u de automaat heeft uitgeschakeld. Een spanning van 0 V bevestigt dat de stroomtoevoer onderbroken is.
- Herhaal de meting bij de aansluitklemmen van de buitenunit en de binnenmonitor. Dit voorkomt dat u per ongeluk met andere voedingen of aftakkingen te maken heeft.
Zorg dat uw meetinstrument gekeurd is voor de categorie waarin u werkt (CAT III voor vaste installaties) en noteer de meetresultaten kort in uw logboek.
4.3 Afzekeren en markeren van spanningsloze installatie
Eenmaal bevestigd dat de groep spanningsloos is, neemt u maatregelen om herinschakeling te voorkomen en om omstanders te waarschuwen:
- Lockout/tagout: plaats een vergrendelbaar slot of een hangslot op de uitschakelaar. Gebruik een speciaal slotlabel met de tekst “Spanningsloos – niet inschakelen”.
- Waarschuwingsborden: bevestig bij de groepenkast en op de deur naar de werkplek duidelijke waarschuwingsstickers, zodat collega’s of bewoners weten dat er veilig aan de installatie wordt gewerkt.
- Veiligheidszone afzetten: markeer met linten of verkeerskegels het gebied rondom de kast. Zo lopen voorbijgangers niet per ongeluk in de risicozone.
Met deze gecombineerde maatregelen verzekert u dat de stroomvoorziening op geen enkel moment per ongeluk weer wordt ingeschakeld en dat iedereen op de hoogte is van de werkzaamheden.

5. Voorbereiden van de werkplek
Een goed voorbereide werkplek voorkomt onnodige vertraging en beschermt de omgeving tegen stof, krassen en andere beschadigingen. In dit hoofdstuk leest u hoe u de ruimte rondom de intercominstallatie klaarmaakt: van het afdekken van oppervlakken tot de veilige opstelling van ladders en steigers en de afstemming met bewoners en toezichthouders.
5.1 Afdekken en beschermen van omgeving
Voordat u begint met demonteren, is het belangrijk om de directe omgeving zorgvuldig te beschermen:
- Vloeren: leg stevig afdekzeil of karton op de vloer voor stofopvang en om krassen van vallend gereedschap te voorkomen.
- Wanden en dorpels: bevestig beschermfolie met schilderstape langs randen en onder de unit zodat verwijderde kit- of verfresten niet op de wand komen.
- Meubilair en losse objecten: verplaats losse meubels tijdelijk naar een andere ruimte of dek ze af met geïmpregneerde doeken. Zo blijft uw inrichting netjes en stofvrij.
Werk systematisch: begin bij de meest kwetsbare punten (bijvoorbeeld marmeren dorpels of glas) en werk naar buiten toe. Zo houdt u de werkruimte schoon en beperkt u de opruimtijd na afronding.
5.2 Positioneren van ladders en steigers
Veilig toegang hebben tot de buiten- of binnenunit is cruciaal. Volg deze richtlijnen voor een stabiele opstelling:
- Ondergrond: zorg dat de ladder of steiger staat op een vlakke, stevige ondergrond. Vermijd oneffen of zachte vloerbedekking. Bij twijfel plaatst u een stabilisatieplaat of antislipmat.
- Hoek en verankering: stel de ladder in met een hoek van circa 75° ten opzichte van de grond. Zet steigers of een zware ladder vast met spanbanden of stootbokken om wegglijden te voorkomen.
- Obstakelvrij werken: verwijder kasten, bloempotten en andere objecten uit de directe werkzone. Markeer de werkhoek indien nodig met waarschuwingslint, zodat voorbijgangers niet tegen de onderkant stoten.
Controleer voor aanvang van het werk nogmaals alle bevestigingen en scharnieren van de steigerladder. Een juiste opstelling draagt bij aan een soepel én veilig verloop van de demontage.
5.3 Communicatie met bewoners en toezichthouders
Een goed contact met bewoners en VvE-tafel voorkomt misverstanden en onrust:
- Vooraf informeren: stuur minimaal een week van tevoren een bericht naar alle bewoners met uitleg over de werkzaamheden, planning en mogelijke geluidsoverlast. Vermeld contactgegevens en de tijden waarop het werken plaatsvindt.
- Toezicht regelen: wijs een aanspreekpunt aan vanuit de VvE of beheerder die tijdens de demontage bereikbaar is voor vragen of calamiteiten. Deze persoon kan ook bewoners informeren als er onverwachte vertraging optreedt.
- Bordje bij de ingang: hang een tijdelijk bordje of deurhanger met de boodschap “Werkzaamheden intercom – geluid en stof mogelijk” zodat langslopend verkeer alert is.
Door heldere communicatie houdt u alle partijen tevreden en kunt u ongestoord werken, zonder dat bewoners onverwacht voor verrassingen komen te staan.

6. Demonteren van de buitenunit
De buitenunit of het deurstation is het eerste onderdeel dat u tegenkomt bij het demonteren van een Comelit intercom. Omdat deze unit vaak met kit, schroeven en clips stevig op de gevel is bevestigd, vraagt dit om een gestructureerde aanpak. Werk stap voor stap en houd altijd uw foto- en labelregistratie bij de hand om later fouten te voorkomen.
6.1 Verwijderen van afdekplaten en knoppen
Begin met het lossnijden van de siliconenkit rondom de randen van de unit. Gebruik hiervoor een scherp kitmes of plamuurmes met een kunststofbeschermer, zodat u de gevel en het paneel niet beschadigt. Verwijder daarna alle losse kunststof kapjes en knoppen:
- Zoek naar verborgen clips achter de belknop of intercomknoppen.
- Gebruik een kunststof wigje of ontgrendeltool om paneeltjes voorzichtig los te klikken.
- Leg iedere kap en knop apart in een bakje en label deze met de positie (bijv. “knop boven links”).
Met deze eerste stap ontstaat er ruimte om bij de montagebeugels te komen zonder dat de afdekplaten in de weg zitten.
6.2 Losschroeven van montagebeugels
Zodra de afdekplaten en knoppen verwijderd zijn, komt u bij de montagebeugel:
- Zoek de schroeven (vaak M4 of M5) rond de rand of achter het paneel.
- Draai deze met de juiste dopsleutel of Torx-bit los. Let erop dat u de schroeven niet doordraait in zacht materiaal; houd de boormachine op lage kracht.
- Bewaar alle schroeven per groep en vermeld op uw label welk deel ze vasthield (bijv. “beugel rechts onder”).
- Haal de beugel voorzichtig van de gevel, zodat de unit nog net kan kantelen voor de bedrading.
Op deze manier voorkomt u dat onderdelen uit het zicht vallen of beschadigen.
6.3 Ontkoppelen van kabels
Met de beugel los hebt u ruimte om de kabels los te maken. Volg hierbij strikt uw foto- en labelschema:
- Controleer eerst aan de binnenzijde dat u bij de juiste kabels bent: voeding, video, audio of bus.
- Ontkoppel connectors door de vergrendelclips in te drukken met een fijn gereedschap of speciale ontgrendeltool.
- Verwijder de kabels één voor één en label de stekkers direct met de corresponderende kleuren uit uw labelset.
- Maak een foto van elke stap, zodat u bij de herinstallatie exact weet welk kabelpaar waar hoort.
Let erop dat u de kabels niet onder spanning losmaakt en dat er geen trek op de bedrading staat.
6.4 Veilig verwijderen van de unit
Nu alleen de unit nog vastzit aan de frees of muurplaat:
- Werk met twee personen bij zwaardere modellen om het gewicht gelijkmatig te dragen. Één persoon kan ondersteunend de bedrading vasthouden, terwijl de ander de unit aftilt.
- Houd de unit dicht bij uw lichaam en til vanuit de knieën om rug- of schouderklachten te voorkomen.
- Controleer of er geen resten kit of scherpe randen aan de gevel achterblijven; maak deze zo nodig alvast los.
- Leg de gedemonteerde unit op een zachte, vlakke ondergrond of op een tijdelijke werkbank met beschermfolie.
Als de buitenunit veilig is verwijderd, kunt u de gevel verder reinigen en voorbereiden voor eventuele nieuwe montage of afwerking.

7. Demonteren van de binnenmonitor
De binnenmonitor vormt het hart van uw intercominstallatie en bevat gevoelige elektronica. Een gestructureerde aanpak voorkomt beschadiging van scherm, printplaten en connectors. Volg deze stappen nauwkeurig, gebruik het juiste gereedschap en houd uw foto- en labelregistratie bij de hand om later probleemloos te kunnen herinstalleren.
7.1 Losschroeven van de wandhouder
De monitor is meestal met twee of vier schroeven aan de wandplaat bevestigd. Deze bevinden zich aan de bovenzijde en onderzijde van het display:
- Gebruik de juiste Torx- of Philips-bit voor de zichtbare bevestigingspunten. Begin altijd bovenaan, zodat de unit iets kantelt en u de onderste schroeven beter kunt bereiken.
- Stel uw schroefmachine in op een lage koppelstand om te voorkomen dat u de kunststof behuizing beschadigt.
- Verzamel elke schroef in een gelabeld bakje: bijvoorbeeld “wandhouder boven” en “wandhouder onder”. Zo behoudt u overzicht tijdens de herinstallatie.
7.2 Verwijderen van interieurpaneel en knoppen
Zodra de wandhouder los is, kunt u het interieurpaneel en de knoppen demonteren:
- Steek een kunststof wigje in de naad tussen frame en frontpaneel en werk rondom om de clips voorzichtig los te wrikken. Forceer nooit op één punt om breuk van klemmetjes te voorkomen.
- Trek de knoppen en frontkapjes, desgewenst met een antistatisch pincet, recht naar buiten. Leg ze op volgorde neer op een zachte ondergrond en noteer hun exacte positie.
- Maak een foto van de vrijgekomen binnenzijde. Deze visuele referentie helpt u bij het terugplaatsen van knoppen en clips.
7.3 Ontkoppelen van connectors en modules
Met het interieurpaneel verwijderd, krijgt u toegang tot de interne bedrading en printplaten:
- Druk bij bus-, video- en voedingsconnectors eerst de borgclip in en trek daarna de stekker recht naar buiten; nooit aan de draden trekken.
- Label elke connector met dezelfde kleurcode en nummer als in uw documentatie (bijvoorbeeld “Bus A” of “Voeding 12 V”). Voeg per kabelbundel een korte aantekening toe met de module-naam.
- Bewaar losgemaakte modules in antistatische zakken of op een geaard oppervlak om ze te beschermen tegen elektrostatica en stof.
Door deze werkwijze aan te houden, behoudt u volledige controle over alle onderdelen en voorkomt u aansluitfouten bij de uiteindelijke herinstallatie.

8. Verwijderen, labelen en inspecteren van bekabeling
Na het demonteren van zowel de buitenunit als de binnenmonitor rest het op orde brengen van alle bekabeling. Dit is geen bijzaak: een helder gestructureerde kabelset verkort de herinstallatietijd en voorkomt fouten bij het aansluiten van een nieuw systeem.
In dit hoofdstuk leert u hoe u elke kabel fotografeert en van een kleurcode voorziet, hoe u kabelgoten en montageprofielen veilig verwijdert en hoe u de integriteit van de bedrading grondig inspecteert op slijtage en beschadigingen.
8.1 Documenteren en labelen van kabels
Zodra de kabels vrij liggen, legt u per kabel zowel een foto als een duidelijke labelcode vast. Volg deze stappen:
- Maak eerst een overzichtsfoto van de volledige kabelbundel in relatie tot het deurstation of de monitor.
- Loop kabel voor kabel af: fotografeer elke aansluiting en noteer direct in uw logboek de functie (voeding, audio, video, bus) en de positie.
- Breng kleurgecodeerde labels aan: gebruik bijvoorbeeld rood voor voeding, blauw voor video, geel voor audio en groen voor bus. Schrijf met een permanente marker korte kenmerkende codes op de labels, zoals “12V-Voed” of “BUS-A1”.
- Plaats labels zowel vlak bij de connector als aan de kabeluiteinden, zodat ze bij het wegtrekken zichtbaar blijven.
Met deze methode voorkomt u later verwarring en bespaart u tijd tijdens de herinstallatie.
8.2 Verwijderen van kabelgoten en montageprofielen
Voor toegang tot de volledige kabelroute moeten kabelgoten en profielen verdwijnen. Doe dat als volgt:
- Verwijder eerst de eindkapjes en verbindingsstukken door ze met een kunststof wig voorzichtig los te wrikken.
- Snij eventuele kitranden los met een plamuurmes; een beetje kunststofveilig smeermiddel kan hardnekkige kit versoepelen.
- Trek de goten per segment uit hun houders: til het segment licht op en schuif het voorzichtig los, werk van de meest bereikbare naar de minst bereikbare plekken.
- Sorteer en bewaar de profielen, zeker als u dezelfde goot later nogmaals wilt inzetten.
Zo behoudt u zowel de kabelgoten in goede staat als de onbeschadigde muren en plafonds.
8.3 Inspectie op slijtage, corrosie en breuk
Een laatste kwaliteitscontrole voorkomt verrassingen na de herinstallatie. Voer deze checklist af:
- Controleer de isolatie op scheurtjes, knikken en vervormingen. Buig de kabel voorzichtig in een boog om kleine haarscheurtjes zichtbaar te maken.
- Bekijk connectoren en contacten op roest of corrosie. Reinig verdachte delen met een geschikte contactreiniger.
- Evalueer kabelbundels op knikpunten door eerdere spanning; vervang beschadigde kabels direct.
- Raadpleeg ter referentie ons Hilversum-project met Simple-BUS bekabeling in een appartementencomplex om te zien hoe routing slijtage kan verkleinen.
Leg al uw bevindingen vast in het logboek en voeg waar nodig foto’s toe. Zo heeft u een compleet rapport over de staat van de bekabeling, klaar voor de volgende fase.

9. Afvoer en recycling volgens WEEE-richtlijn
Het afvoeren van afgedankte intercomonderdelen is niet slechts een administratieve handeling, maar een stap die bijdraagt aan de circulaire economie en bescherming van het milieu. Elektronisch afval (AEEA) valt onder de WEEE-richtlijn (Waste Electrical and Electronic Equipment), die in Nederland is uitgewerkt in de Regeling AEEA en WEEE. In dit hoofdstuk leest u welke verplichtingen gelden voor VvE’s en professionals, waar u apparatuur kunt inleveren en hoe u de afvoer zorgvuldig vastlegt.
9.1 Wettelijke verplichtingen en inzameling
In de WEEE-richtlijn is vastgelegd dat producenten en importeurs verantwoordelijk zijn voor de inzameling en recycling van afgedankte apparatuur. Deze producentenverantwoordelijkheid omvat onder meer:
- Een inzameldoelstelling van ten minste 65% van het gewicht aan EEE-afval.
- Organisatie of financiering van logistieke stromen zodat alle componenten, inclusief printplaten en metalen behuizingen, gerecycled worden.
- Transparante rapportage over ingezameld en gerecycled materiaal.
Als installateur of VvE bent u verplicht om afgedankte intercomunits en bekabeling af te geven bij een erkende inleverlocatie. Hiermee helpt u mee de doelstellingen van de WEEE-richtlijn te halen en voorkomt u boetes voor illegale afvalverwerking.
9.2 Inleveren bij gecertificeerde inzamelpunten
Om te voldoen aan de wetgeving levert u de oude Comelit-onderdelen in bij:
- Wecycle-inzamelpunten: deze organisatie heeft in heel Nederland ophaal- en inleverfaciliteiten voor klein elektrisch afval (KCA) en grotere apparaten.
- Gemeentelijke milieustraten: hier kunt u vaak kosteloos klein en middelgroot elektronisch afval aanbieden.
- Vakgerichte inzamelpunten: gespecialiseerde recyclingbedrijven of elektrogroothandels die EEE-afval volgens WEEE-normen verwerken.
Vraag bij twijfel altijd vooraf naar hun certificering en verwerkingsgarantie. Een gecertificeerd inzamelpunt werkt volgens de wettelijke richtlijnen en zorgt dat grondstoffen als koper, goud en kunststoffen hergebruikt worden.
9.3 Documentatie van afvoer en verwerking
Voor de VvE-administratie is een strikte registratie van afvoer essentieel. Leg de volgende gegevens vast:
- Type apparatuur: geef per unit aan of het gaat om een buitenunit, binnenmonitor, voeding of bekabelingsrestant.
- Gewicht en aantal: noteer hoeveel kilogram aan elektronisch afval u heeft ingeleverd en hoeveel stuks per type.
- Afleverbonnen en certificaten: bewaar afleverbewijzen van Wecycle of de milieustraat en vraag naar een recyclingcertificaat.
- Datum en locatie: documenteer wanneer en waar de inzameling heeft plaatsgevonden.
Deze documentatie vormt niet alleen het bewijs dat de VvE voldoet aan de WEEE-richtlijn, maar helpt ook bij toekomstige audits en rapportages.

10. Nazorg en preventief onderhoud
Na het succesvol demonteren van het oude Comelit-systeem en het correct afvoeren van de onderdelen, is het cruciaal om de werkplek schoon achter te laten en vooruit te denken. In deze fase controleert u of alles afgerond is volgens plan en zet u een stap richting een toekomstbestendige installatie. Hieronder leest u hoe u de montageplek reinigt, wanneer u een specialist inschakelt en waarom een preventief onderhoudscontract voor VvE’s onmisbaar is.
10.1 Reiniging van montageplek en eindcontrole
Begin met het zorgvuldig verwijderen van alle beschermfolie, afdekzeil en tape. Veeg stof en vuil weg met een zachte borstel of een stofzuiger met meubelmondstuk. Let daarbij extra op:
- Kleverige resten van kit of lijm: gebruik een milde, kunststofveilige reiniger om beschadiging van de ondergrond te voorkomen.
- Achtergebleven schroeven, pluggen of kabelrestjes: loop nogmaals met een magneetvanger of visuele inspectie over de vloer en in hoekjes.
- Bescherming van wanden en dorpels: verwijder verf- of kitspatten met een plamuurmes en reinig de randen met een vochtig microvezeldoekje.
Sluit af met een eindcontrole: loop aan de hand van uw oorspronkelijke tijdsplanning na of elke stap is afgerond, of alle labels en foto’s geordend zijn en of u geen losse materialen bent vergeten. Deze check voorkomt dat u later terug moet voor onnodige nabewerkingen.
10.2 Professionele installatie- en reparatieservices
Na demontage kan het nodig zijn een nieuw systeem te laten installeren of beschadigde onderdelen te laten repareren. IntercomDirect biedt gespecialiseerde reparatie- en installatieservices die:
- Exact werken volgens Comelit-specificaties en NEN 3140-normen.
- Geschikt zijn voor zowel kleinschalige appartementen als grote VvE-projecten.
- Beschikken over gecertificeerde technici met de juiste gereedschappen en merkspecifieke onderdelen.
Meer weten over onze inzetbaarheid bij herinstallatie of spoedreparaties? Bekijk de details van onze professionele reparatieservice en plan eenvoudig een afspraak in.
10.3 Aanbeveling voor periodiek onderhoud
Een intercomsysteem dat na installatie onbeheerd blijft, veroudert sneller en kan onverwacht storingen vertonen. Met een preventief onderhoudscontract:
- Voert u jaarlijks of halfjaarlijks een visuele inspectie en functionele test uit.
- Voorkomt u corrosie op connectoren en slijtage aan mechanische onderdelen.
- Houdt u de firmware up-to-date voor optimale beveiliging en compatibiliteit.
Voor VvE’s biedt een onderhoudsabonnement helder inzicht in kosten en planning. Ontdek hoe een onderhoudscontract u gemoedsrust geeft én de levensduur van uw intercomsysteem maximaliseert.

Klaar voor de volgende stap
Een veilige en volledige demontage van uw Comelit intercom vergt een gedegen voorbereiding, het juiste gereedschap en strikte naleving van de geldende normen. In deze gids doorliep u alle fasen: van de planning en het spanningsloos maken volgens NEN 3140 tot het zorgvuldig losmaken van buitenunit en binnenmonitor, het labelen en inspecteren van bekabeling en de milieuvriendelijke afvoer van afgedankte componenten.
Bent u klaar om aan de slag te gaan of zoekt u professionele ondersteuning bij de demontage en herinstallatie? Voor advies op maat, een vrijblijvende offerte of technische vragen kunt u terecht bij IntercomDirect bv. Bezoek de homepage van IntercomDirect bv voor meer informatie en neem contact op – wij staan voor u klaar.
