Met een Golmar-intercom kiest u voor betrouwbare communicatie: van audio-only met het veelzijdige T-510R-systeem tot video-oplossingen op het Tekna 90-paneel en de modulaire G2-serie. Deze systemen worden veelvuldig toegepast in appartementencomplexen en onder VvE-beheer, waar elk detail telt. Een onduidelijk aansluitschema kan leiden tot storingen in deurcommunicatie, hoge onderhoudskosten en risico’s op veiligheidslekken – ongewenst in elk wooncomplex.
In dit artikel begeleidt IntercomDirect bv u stapsgewijs. U start met de voorbereiding en kabelplanning, zet de klemmen correct op deurpanelen en binnenposten, stelt dipswitches in, voert testroutines uit en stelt een onderhoudsschema op. Daarbij belichten we ook de vervanging van verouderde intercomsystemen, zodat u moeiteloos overschakelt (zie onze pagina over intercom vervangen). Of u nu een klein blok van vier units installeert of een complex van honderden appartementen, met onze praktijkgerichte handleiding zorgt u voor een feilloze aansluiting en langdurige betrouwbaarheid.
Of het nu gaat om audio-gesprekken, elektrisch openen van deuren of het integreren van video-monitoren in uw bus-netwerk, elk onderdeel verdient een nauwkeurig schema. Met deze handleiding bespaart u tijd, voorkomt u onnodige verwisselingen en garandeert u dat bewoners altijd toegang hebben volgens de geldende veiligheidsnormen.

Stap 1: Voorbereiding en planning van de installatie
Een succesvolle installatie begint met een grondige voorbereiding. Bij VvE’s en appartementencomplexen is het cruciaal om vroegtijdig de verwachtingen en eisen af te stemmen met de beheerder of het bestuur. Door vooraf helder te communiceren over het aantal wooneenheden, de gewenste intercommodellen en de exacte locaties van deurpanelen en binnenstations, voorkomt u verrassingen tijdens de uitvoering. Zo zorgt u dat alle betrokken partijen – van bewoners tot onderhoudstechnici – op één lijn zitten.
Naast de administratieve afstemming is inzicht in het bestaande systeem onmisbaar. Inzicht in oude bekabeling, wanddiktes en bestaande verdeelkasten helpt om de benodigde materialen en werkwijze nauwkeurig te bepalen. Met een goede planning bespaart u tijd op de werkvloer en minimaliseert u onnodige aanpassingen achteraf.
Systeem beoordelen en inventariseren
Begin met een visuele inspectie van het huidige intercomsysteem. Noteer de exacte modelnummers (bijvoorbeeld T-510R, Tekna 90 of G2-serie) en controleer welk type bekabeling is toegepast: een 4+n multi-wire-opstelling of een 2-draads bus-systeem. Dit bepaalt later welke kabelkeuzes en aansluitmethoden u gebruikt.
Gebruik hulpmiddelen zoals een spanningszoeker om zeker te zijn dat stroomloos werken mogelijk is. Voor het demonteren van oude binnenposten of deurpanelen zijn een schroevendraaierset, platte beitel en een krimptang onmisbaar. Label elke draad direct met masking tape en schrijf het klemnummer of de functie (bijvoorbeeld “microfoon” of “deuropener”). Zo houdt u tijdens de heraansluiting het overzicht en voorkomt u verwarring.
Site survey en kabelroutes plannen
Een praktisch kabelplan is de rode draad van uw installatie. Meet zorgvuldig de afstanden tussen buitenpaneel, voedingstrafo en binnenstations. Houd rekening met bochten, hoogteverschillen en eventuele obstakels zoals dragende muren of luchtkanalen. Maak aantekeningen over doorvoeren in muren en de aanwezigheid van bestaande kabelgoten of leidingen.
Controleer of er in de route al bestaande groepen leidingen of kabelgoten zijn die geschikt zijn voor de intercomkabels. Denk ook aan de positie van stopcontacten en verdeelkasten waar u mogelijk voedingstransformatoren of uitbreidingsmodules plaatst. Teken een eenvoudig schematisch diagram van het volledige traject: dit fungeert later als leidraad bij het trekken van kabels en bij de eindcontrole. Met een helder plan op papier loopt de uitvoering soepel en houdt u onverwachte vertragingen buiten de deur.

Stap 2: Veiligheidsrichtlijnen en normen voor intercominstallaties
Elke installatie start met veiligheid. Schakel altijd de stroom uit voordat u een intercomsysteem opent of aanraakt. Controleer met een spanningstester of de voeding echt is uitgeschakeld en werk pas verder als u zeker bent dat er geen risico op elektrische schokken bestaat. Ook bij kleine ingrepen kunnen restspanningen of inductiespanningen in de kabels voorkomen.
Daarnaast moet uw installatie voldoen aan de geldende technische normen. In Nederland vallen intercomsystemen onder de NEN 1010-norm, die voorschrijft hoe laagspanningsinstallaties veilig en betrouwbaar worden aangelegd. Voor bus-systemen of bijzondere configuraties biedt de internationale norm IEC 60364 aanvullende richtlijnen. Door deze normen strikt na te leven, voorkomt u onveilige situaties en juridische complicaties.
Naleving van NEN 1010 bij intercominstallaties
De NEN 1010 bevat onder meer:
- Kabelberekening: kies de juiste draaddoorsnede op basis van stroomsterkte en lengte.
- Kortsluitbeveiliging: gebruik automaten of zekeringen met de correcte karakteristiek.
- Aardlekschakelaars: bescherm personen tegen lekstromen door aardlekautomaten in de voedingsgroep op te nemen.
Meer achtergrond leest u in de uitleg van Schneider Electric over ‘Wat is NEN 1010?‘. Uitzonderingen en wetsteksten treft u aan in IEC 60364, bijvoorbeeld voor 2-draads bus-installaties die werken met lage voedingsspanningen.
Algemene veiligheidsmaatregelen en werkvoorschriften
- Draag persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM): veiligheidsschoenen, isolerende handschoenen en een bril.
- Gebruik alleen gecertificeerd gereedschap (CE, VDE) en controleer op beschadigingen.
- Handhaaf een veilige afstand tot actieve elektriciteitsgroepen en vermijd interferentie met andere installaties.
- Zet de werkzone af met waarschuwingsborden en informeer bewoners over spanningsloze werkzaamheden.
Checklist werkvoorbereiding:
- Stroom uitschakelen en vergrendelen
- Spanning dubbel testen
- PBM aantrekken en gereedschap inspecteren
- Werkgebied afzetten en signaleren
- Werkinstructies en aansluitschema’s controleren
Met deze richtlijnen garandeert u een veilige werkomgeving en voldoet uw Golmar intercom installatie aan alle wettelijke eisen.

Stap 3: Benodigd materiaal en gereedschappen
Een geslaagde installatie vraagt om de juiste materialen en gereedschappen. Met een volledige lijst voorkomt u dat u halverwege het project stagneert of onnodig dure apparatuur aanschaft. In dit hoofdstuk vindt u een overzicht van alle essentiële componenten en kabeltypes die u nodig heeft, gevolgd door de gereedschappen en accessoires waarmee u elke stap professioneel en efficiënt uitvoert.
Lijst van componenten en kabeltypes
Voor een standaard Golmar-installatie zijn de volgende onderdelen en kabels onmisbaar:
| Onderdeel | Specificatie |
|---|---|
| Buitendeurpaneel | Golmar T-510R of Tekna 90 (audio of video), inclusief bevestigingsset |
| Binnenstation(en) | T-510R huistelefoon of G2-serie, aantal volgens wooneenheden |
| Voedingstrafo | 12 – 18 V DC, minimaal 2 A (video-installaties 3 A of meer) |
| Elektrische deuropener | Magneet- of elektromotor, 12 – 24 V compatibel met P1/AUX |
| Bus-kabel (2-draads) | 2× 0,5 mm² ongepolariseerd, maximale lengte tot 200 m |
| Multi-wire kabel (4+n) | 4-aderig + n (voedingsader), 0,5 mm², kleurcodering volgens schema |
| Aderisolatie | PVC 300/500 V, hittebestendig tot 70 °C |
| Kabelgoten & kabelbinders | Voor net kabelmanagement en bescherming |
Essentieel gereedschap en accessoires
Naast de componenten heeft u deze tools en accessoires nodig:
- Boormachine met steen- en houtboren (Ø 6 mm en Ø 8 mm)
- Striptang en krimptang voor schoon kabelwerk
- Multimeter (DC-spanning, weerstand en continuity)
- Schroevendraaierset (kruis, plat, hexa) en bijpassende bits
- Kabelgoten, flexibele buis en doorvoerhulzen
- Masking tape en permanent marker voor draadlabeling
- Kabelbinders en kabelclips voor nette bundeling
- Plamuurmes of platte beitel om behuizingen te openen
- Waterpas en meetlint voor nauwkeurige uitlijning
Tip voor kabelmanagement: kleurcodeer aders volgens functie (bijvoorbeeld bij 4+n: rood = voeding +, zwart = voeding –, geel = luidspreker, groen = microfoon) en bundel per station met binders. Zo houdt u overzicht tijdens installatie en toekomstig onderhoud.

Stap 4: Overzicht van Golmar intercomsystemen en installatietypes
Golmar biedt een breed scala aan intercomoplossingen, van eenvoudige audio-systemen tot uitgebreide video-installaties. Afhankelijk van de schaal van uw project – een eengezinswoning of een appartementencomplex met honderden units – kiest u het systeem dat het beste aansluit bij uw technische en budgettaire eisen. In dit hoofdstuk vergelijken we de belangrijkste installatietypes en lichten we toe bij welke situatie elk systeem past.
Audio-only versus video-intercomsystemen
Audio-only systemen gebruiken een simpele luidspreker-microfoonverbinding, terwijl video-intercoms extra beeldkwaliteit en herkenningsmogelijkheden bieden. Hieronder een aantal onderscheidende kenmerken:
- Functies
• Audio-only: spraakcommunicatie en deuropenerbediening
• Video: live camerabeeld, snapshots, deurstatusindicator - Bekabeling
• 2-draads bus of 4+n voor audio
• Extra datakabel of coax voor videosignaal - Kosten
• Audio: relatief laag in aanschaf en installatie
• Video: hogere investerings- en onderhoudskosten - Beveiliging
• Audio: basale verificatie via gesprek
• Video: visuele controle, opname- en logfuncties
Voor een volledig overzicht van onze video-intercoms kunt u terecht op de pagina met video-oplossingen.
Toepassingen voor particuliere woningen en appartementen
Golmar-systemen schalen van kleine residentiële projecten tot grootschalige VvE-installaties. In eengezinswoningen volstaat vaak een eenvoudig T-510R-audiosysteem, terwijl in middeldure appartementencomplexen de Tekna 90 met kleurencamera populair is. Voor high-end projecten of gebouwen met meer dan 100 units biedt de modulaire G2-serie flexibiliteit: meerdere camera’s, intercom- en uitbreidingsmodules en koppeling met gebouwbeheer.
- Particuliere woningen: vaak 1-4 wooneenheden, eenvoudige installatie in huis.
- Kleine VvE’s (5–50 appartementen): audio of instap-video, één deurpaneel, beperkte bus-lengte.
- Grote complexen (50–400+ units): 2-draads bus met repeaters of 4+n multi-wire, redundantie en centrale voeding.
Lees meer over toepassingen in woningen op onze pagina over intercomsystemen in huis.
Populaire modellen: T-510R, Tekna 90 en G2-serie
Golmar heeft drie vlaggenschepen die vaak terugkomen in VvE-projecten:
- T-510R
• Audio-only binnenpost
• Aansluitpunten: P1 (deuropener), 5 (microfoon), 3 (massa), 10 (luidspreker), 7 (zoemer)
• Eenvoudige dipswitch adressering
• Compact, wandmontage - Tekna 90
• Video-buitendeurpaneel met kleurencamera
• Ingebouwde verlichting en microfoonfiltering
• bus-voeding op 4+n of eigen 2-draads lijn
• Robuuste aluminium behuizing, weerbestendig - G2-serie
• Modulaire busmodules voor audio, video en aanvullende functies
• Schaalbaar tot 128 units met master/slave inrichting
• Uitbreidbaar met lichtrelais, traphuisbediening en integratie met gebouwautomatisering
• Gedetailleerde installatiehandleidingen (PDF) beschikbaar op de fabrikantwebsite
Voor alle modellen zijn gedetailleerde installatie- en bedieningshandleidingen beschikbaar in PDF, zodat u stap voor stap de juiste configuratie en bekabeling kunt toepassen.

Stap 5: Bekabeling voorbereiden en aansluitspecificaties
Correct voorbereide bekabeling is de ruggengraat van een storingsvrije intercominstallatie. Ga zorgvuldig te werk bij het kiezen, voorbereiden en labelen van de kabels. Een misstap in deze fase kan leiden tot ruis, storingen of zelfs uitval van functies. In dit hoofdstuk leest u welke kabeltypen Golmar-systemen gebruiken, hoe u de aders klaarmaakt voor aansluiting en welke kleurcodering u hanteert. Daarna bespreken we hoe u de kabelroute veilig en conform normen legt.
Kabelspecificaties en aansluitschema (4+n versus 2-draads)
Afhankelijk van het type Golmar-systeem gebruikt u een meeraderige kabel (4+n) of een 2-draads bus-kabel:
- 4+n multi-wire kabel
• Aders: vier functionele lijnen (audio, microfoon, luidspreker, zoemer) plus een voedingsader
• Draaddoorsnede: minimaal 0,5 mm² per ader
• Kleurcodering (voorbeeld):- Rood = voeding +
- Zwart = voeding – (massa)
- Geel = luidspreker
- Groen = microfoon
- Wit = zoemer/beldraad
• Maximale lengte: circa 100 m; langere runs vereisen een zwaardere voedingstrafo
- 2-draads bus-kabel
• Ongepolariseerd systeem voor audio (en video) via digitale bus
• Kern: 2×0,5 mm², PVC-geïsoleerd
• Geen strikte kleurcodering; houd per project een vaste indeling aan (bv. bruin/blauw)
• Maximale lengte: tot 200 m zonder versterkers of repeaters
Label iedere ader vóór het aansluiten met masking tape en noteer de functie of het klemnummer. Maak de kabels af met een nette aderisolatie en gebruik bij voorkeur krimpkous voor extra mechanische bescherming.
Kabelroute en beschermingsmaatregelen
Een goed doordachte kabelroute voorkomt storingen en verkleint de kans op fysieke beschadiging. Volg deze richtlijnen:
- Houd minimaal 10 cm afstand tussen intercomkabels en 230 V-net- of versterkingskabels om elektromagnetische interferentie te vermijden.
- Waar kruising met voedingskabels onvermijdelijk is, maak een rechte hoek of gebruik metalen buisleiding voor afscherming.
- Leid kabels bij doorvoeren door muren door flexibele kunststofbuizen (Ø 20 mm) en werk af met rubberen doorvoerringen om slijtage te voorkomen.
- Bevestig kabels met kabelbinders en -clips op vaste intervallen (maximaal elke 30 cm) en voorkom scherpe bochten (minimumradius driemaal de kabeldiameter).
- In buitenomgevingen en vochtige ruimtes gebruikt u waterdichte kabelmantels en aansluitdozen met IP65-classificatie.
Teken en bewaar tijdens de installatie het kabelplan waar elke route, bocht en doorgang op staat aangegeven. Deze documentatie is onmisbaar bij toekomstige uitbreidingen of storingsdiagnoses. Met een strak uitgewerkt aansluitschema legt u de basis voor een duurzame en betrouwbare Golmar intercominstallatie.

Stap 6: Aansluitschema buitendeurpaneel installeren
De installatie van het buitendeurpaneel is het startpunt van elke Golmar-intercomconfiguratie. Fouten in deze fase kunnen leiden tot een stilstaande bel, geen spraak of een niet-werkende deuropener. Volg daarom nauwkeurig de volgende klemindeling en stappen om uw deurpaneel correct aan te sluiten.
Basisbedrading deurpaneel
Een standaard audio-buitendeurpaneel kent vijf hoofdfuncties: voeding, bel, luidspreker, microfoon en deuropener. Hieronder vindt u de gebruikelijke klemindeling met bijbehorende kleurcodering:
- Klem + (Voeding +12 V DC)
Ader: rood
Voer voedingsspanning toe vanuit de transformator naar het paneel. - Klem – (Voeding 0 V / massa)
Ader: zwart
Sluit aan op de minus-uitgang van de voedingstrafo. - Klem BEL (Beldraad)
Ader: wit
Geeft het oproepsignaal door bij indrukken van de belknop. - Klem L (Luidspreker)
Ader: geel
Stuurt het audiosignaal naar de luidspreker in het paneel. - Klem M (Microfoon)
Ader: groen
Voert het microfoonsignaal terug naar de binnenpost. - Klem P1 (Deuropener)
Ader: blauw
Actief bij indrukken van de deuropenerknop en stuurt de slotrelais aan.
Zorg dat u voor het strippen niet te veel isolatie verwijdert (maximaal 5 mm) en dat alle aders stevig in de klemmen zijn geklemd. Een losse verbinding leidt snel tot contactproblemen.
Voorbeeldschema voor Golmar buitendeurpaneel
Voor een systeem met één wooneenheid sluit u de bedrading als volgt aan:
- Monteer het deurpaneel op de gewenste locatie en voer alle aders door de achterplaat.
- Strip per ader circa 5 mm isolatie en label ze volgens de kleurcodering.
- Verbind rood met +, zwart met – (voedingstrafo 12 V DC).
- Sluit wit aan op BEL, geel op L, groen op M.
- Verbind blauw met P1 voor deuropenersturing.
- Controleer met een multimeter of tussen + en – inderdaad 12 V DC staat en dat de bellijn open is tot u de knop indrukt.
Een eenvoudig ASCII-schema ter illustratie:
Voedingstrafo ──┬── rood ( +12 V) → +
├── zwart ( 0 V) → –
└── wit (BEL) → BEL
Deurpaneel ── geel (L) → luidspreker
├── groen (M) → microfoon
└── blauw (P1) → deuropener
Voor een gedetailleerd voorbeeldschema en aanvullende montagematen kunt u de PDF raadplegen:
https://deur-intercom.nl/wp-content/uploads/2020/08/golmar-t-510r-schema.pdf
Met deze aansluiting bent u verzekerd van een correcte voeding, helder geluid en betrouwbare deuropenerbediening voor uw Golmar-systeem.

Stap 7: Aansluiten van het huistelefoontoestel Golmar T-510R
Het huistelefoontoestel T-510R is een van de meest gebruikte binnenposten in Golmar-audiosystemen. Door de compacte opbouw en de duidelijke klemindeling kunt u snel verbinding maken met het deurpaneel en de deuropener. In dit hoofdstuk behandelen we eerst de aansluitklemmen met hun functies en kleuraanduidingen. Daarna bespreken we de wandmontage, de boortechniek en de praktische tips voor een stevige en nette aansluiting.
Aansluitschema en kleuraanduidingen
Onderstaande tabel toont de klemnummers van de T-510R en hoe u de aders kleurcodeert bij een 4+n-bekabeling:
| Klem | Functie | Kleuraanduiding (4+n) |
|---|---|---|
| P1 | Deuropener | Blauw |
| 5 | Microfoon | Groen |
| 3 | Massa (0 V) | Zwart |
| 10 | Luidspreker | Geel |
| 7 | Zoemer | Wit |
| 0 | Geen verbinding | — |
Let op:
- Strip elke ader slechts 5 mm isolatie voor een stevige klemverbinding.
- Label de aders vóór montage met masking tape en een korte omschrijving (bijv. “P1 – deuropener”).
- Controleer met een multimeter of tussen klem 3 en 5 geen kortsluiting zit voor u de spanning inschakelt.
Installatie van de T-510R in de wand en bekabeling aansluiten
De T-510R kan zowel op een standaard inbouwdoos als direct op de wand worden gemonteerd. Volg deze stappen voor een professionele installatie:
- Voorbereiden en uitlijnen
Houd de behuizing tegen de wand op de gewenste positie. Gebruik een waterpas om de binnenbak waterpas te zetten en markeer de boorpunten (Ø 6 mm). - Boren en monteren
– Boor twee gaten (Ø 6 mm) op de gemarkeerde punten.
– Plaats pluggen en schroeven (3,5 × 25 mm).
– Bevestig de binnenbak stevig aan de wand. - Kabelinvoer
– Voer de 4+n-kabel via de onderzijde in de behuizing.
– Leid de aders door de klemstrook-opening.
– Werk scherpe randen af met rubber doorvoerringen of flexibele buis. - Aansluiten van aders
– Strip 5 mm isolatie per ader.
– Steek de aders in de corresponderende klemmen (zie tabel).
– Trek lichtjes aan elke kabel om te controleren of deze goed geklemd zit. - Hoorn aansluiten
– Klik het telefoonsnoer in de aansluiting aan de bovenkant van de binnenbak.
– Hang de hoorn op de haak en controleer de mechanische klik. - Functionele test
– Sluit de voeding aan en meet 12 V DC tussen de 0 (massa) en de voedingsklem van de T-510R (busuitgang).
– Laat iemand aanbellen vanaf het deurpaneel en controleer spraak, beltoon en deuropenerfunctie.
– Stel zo nodig de volumeregelaar op de gewenste stand in.
Met deze werkwijze monteert u de T-510R stevig, sluit u de bekabeling correct aan en bent u verzekerd van een betrouwbare verbinding tussen binnenpost en buitendeurpaneel.
Stap 8: Configuratie van dipswitches en adressering
Elke binnenpost in uw Golmar-installatie heeft een eigen adres nodig om oproepen correct te routeren. Met de dipswitches op de printplaat stelt u niet alleen het adres in, maar verdeelt u apparaten ook in master- of slave-posities. Daarnaast activeert u optionele functies zoals de doktersfunctie en past u het geluidsniveau en de oproeptonen aan. Door deze instellingen vooraf nauwkeurig door te nemen voorkomt u verwarring en dubbele oproepen.
Zorg dat u voor u begint de voeding hebt uitgeschakeld en de unit open heeft liggen. Noteer na elke wijziging direct het nieuwe adres in uw installatieschema; zo blijft u overzicht houden bij uitbreiding of bij storingsdiagnose.
Instellen van adres- en master/slaveconfiguratie (dip 1–5, 8–9, 10)
Elke dipswitch draagt bij aan een binair of functioneel gewicht:
- DIP 1 = 1
- DIP 2 = 2
- DIP 3 = 4
- DIP 4 = 8
- DIP 5 = 16
- Zet de gewenste dips (1–5) op AAN om een adres tussen 0 en 31 te verkrijgen (bijv. 1 + 4 = adres 5).
- Bepaal de rol van het toestel met DIP 8 en 9:
- beide UIT → master
- DIP 8 AAN, DIP 9 UIT → slave 1
- DIP 8 UIT, DIP 9 AAN → slave 2
- beide AAN → slave 3
- Met DIP 10 kiest u de schaal van uw installatie:
- UIT → maximaal 32 units (DIP 1–5 actief)
- AAN → tot 128 units (DIP 1–7 voor adressering), toestel altijd master
Sluit de printplaat terug en controleer met een multimeter of elk toestel het juiste adres “ziet” zonder kortsluiting.
Optionele functies: doktersfunctie, volumeregeling en oproeptonen
Doktersfunctie
- Zet DIP 12 op AAN en zorg dat de volumeknop in de UIT-stand staat.
- Na aanbellen opent de deur automatisch binnen 3 seconden, zonder handmatige bediening.
- Na 7 seconden wordt het gesprek automatisch beëindigd en keert het systeem in rust.
Volumeregeling
- Drie posities: UIT, MIN en MAX.
- In de UIT-stand hoort u geen beltoon (tenzij doktersfunctie actief).
- Test het volume vanuit elke unit om een gelijkmatige beltoon te garanderen.
Oproeptonen selecteren
- Open de behuizing en houd de hoornschakelaar ingedrukt.
- Druk op de selectietoets; u hoort achtereenvolgens drie vaste oproeptonen voor buitendeur, interne intercom en etagebel.
- Met elke druk op de toets kiest u de volgende groep.
- Laat de hoornschakelaar los om op te slaan en sluit de kap weer.
Met deze instellingen stemt u uw Golmar-intercom af op het juiste adres, de gewenste functionaliteit én een persoonlijk geluid voor elke bewoner.

Stap 9: Aansluiten van de deuropener en extra modules
De elektrische deuropener vormt de schakel tussen uw intercom en de fysieke deur. Door een juiste aansluiting voorkomt u dat de schakelstroom de intercomprint beschadigt en garandeert u een betrouwbare ontgrendeling. In dit hoofdstuk leest u hoe u zowel een primaire als secundaire deuropener integreert en welke extra modules u kunt inzetten om functies als trapverlichting en lichtrelais te realiseren.
Integratie van elektrische deuropeners met intercom
Golmar-intercoms sturen de deuropener aan via een pulsrelais, normaal gesproken via klem P1 op de binnenpost of deurpaneel. Bij een T-510R verbindt u hiervoor de blauwe ader met P1. Bij indrukken van de ontgrendelknop wordt een 12 V of 24 V relaisimpuls gegeven, precies lang genoeg om het slot te openen (meestal 5 s).
- Magnetische vs. elektronische deuropener
• Magnetisch: werkt op een kort, krachtig stroompuls; vereist vaak een permanente voedingsspanning voor vergrendeling.
• Elektronisch (motor): draait een as om, kan kortstondig stroom trekken maar vraagt aanloopstroom.
Voor de meeste installaties volstaat een mono-impulsrelais. Sluit de deuropener aan volgens onderstaand basisprincipe:
Binnenpost (P1) ──── relais (12-24 V wikkel) ──── deuropener
└── weerstand/diode ter beveiliging
- Controleer de specificatie van uw deuropener (12 V DC of 24 V DC).
- Verbind klem P1 (bij de T-510R de blauwe ader) met de +-ingang van het relais.
- Verbind de –-kant van het relais met 0 V (massa) op klem 3.
- Sluit de deuropener aan op de schakelcontacten van het relais.
- Monteer een diode over de relaisspoel om spanningspieken op te vangen.
Voor een tweede deur of extra slot gebruikt u de AUX-uitgang op uw binnenpost of deurpaneel (bij G2-serie of Tekna 90). Deze klem levert dezelfde puls, maar moet u apart activeren of via dip-instellingen toewijzen.
Extra modules en uitbreidingen (lichtrelais, SAR-GB2)
Naast deuropeners kunt u met uitbreidingsmodules aanvullende functies aansturen, zoals trappenhuisverlichting of noodverlichting. De module SAR-GB2 koppelt op de bus en stuurt via een extern relais zowel verlichting als tweede deuropener of lichtdrukker.
- Lichtrelais:
met een lichtrelais (bijvoorbeeld SAR-12/24) bedient u trapverlichting of gangverlichting rechtstreeks vanuit de intercomtoestellen. Sluit de bus-kabel op de SAR-GB2 aan en verdeel de +/– naar het lichtrelais. - Trap- en huisverlichting:
via de AUX-toets op de binnenpost activeert u de SAR-GB2, die vervolgens een relaisimpuls geeft voor verlichting (12 V of 24 V). Dit voorkomt dat elke bewoner apart op een schakelaar moet drukken.
Voor de juiste keuze en aansluiting van deur- en lichtrelais kijkt u op onze pagina over deuropeners. Hier vindt u compatibele modellen en bijkomende accessoires, zodat u uw Golmar-systeem naadloos kunt uitbreiden en alle functies optimaal benut.

Stap 10: Testen en oplossen van storingen
Na de fysieke installatie en configuratie is het cruciaal om het systeem grondig te testen. Hierbij controleert u niet alleen of alles werkt, maar signaleert u ook vroegtijdig eventuele zwakke punten. In dit hoofdstuk loopt u stap voor stap een functionele test door, gevolgd door oplossingen voor de meest voorkomende problemen. Mocht u daarna nog vragen hebben, dan verwijzen we u naar aanvullende ondersteuning en een uitgebreide FAQ.
Stappenplan voor functionele test
- Voeding controleren
– Meet met een multimeter of de trafo écht 12 – 18 V DC levert tussen + en –.
– Controleer of de voeding constant blijft tijdens het testen. - Beldrukker en oproepsignaal
– Druk op de belknop van het buitendeurpaneel.
– Luister in de binnenpost naar de beltoon en beoordeel of het volume op alle toestellen consistent is. - Spraak- en audiofunctie
– Neem de hoorn op en vraag iemand om in de hoorn te spreken.
– Controleer in het buitendeurpaneel of u de microfoon van binnen goed opvangt, en andersom. - Deuropener
– Druk in de binnenpost op de deuropenerknop (P1 of AUX).
– Observeer of het slot soepel ontgrendelt en of de pulsduur (ongeveer 5 s) klopt. - Interne intercom (bij G2-serie of meerdere binnenposten)
– Start een interne oproep tussen master en slave.
– Beoordeel de gesprekskwaliteit en de responstijd. - Eindcontrole
– Loop het hele systeem nog eens door volgens uw aansluitschema.
– Noteer meetwaarden en eventuele afwijkingen voor later onderhoud.
Veelvoorkomende problemen en oplossingen
- Geen beltoon
Oorzaak: losse BEL-draad of foute klem.
Oplossing: controleer aansluiting klem BEL (wit) en test continuity. - Ruis of storing in audio
Oorzaak: kabel te dicht bij 230 V-voeding of onvoldoende afscherming.
Oplossing: herleg kabels met voldoende afstand of gebruik metalen buis. - Deur opent niet
Oorzaak: verkeerde spanning op P1, brak relais of verkeerde polariteit.
Oplossing: meet 12–24 V bij ontgrendeltoets, controleer diodedemping en relais. - Geen voeding op binnenpost
Oorzaak: trafo te licht gedimensioneerd of zekering geactiveerd.
Oplossing: vervang trafo door 2–3 A uitvoering en reset de zekering.

Stap 11: Privacy en regelgeving bij video-intercomsystemen
Video-intercomsystemen voegen een visuele laag toe aan beveiliging, maar brengen ook privacyverantwoordelijkheden met zich mee. In wooncomplexen is het essentieel om bewoners én bezoekers duidelijk te informeren over cameragebruik, zodat u voldoet aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en lokale camerawetgeving. Zonder heldere afspraken en transparante communicatie kunnen klachten of boetes volgen.
Juridische richtlijnen voor cameratoezicht in wooncomplexen
Onder de AVG mag cameratoezicht alleen plaatsvinden op grond van een gerechtvaardigd belang. Voor VvE’s betekent dit dat het veiligheidsdoel en de proportionaliteit van de camera-installatie aantoonbaar zijn. Belangrijke vereisten:
- Informatieplicht: plaats duidelijk zichtbare borden bij ingangen en deurbellen.
- Bewaartermijn: beperk opslag van opnames tot maximaal vier weken, tenzij wettelijke uitzonderingen gelden.
- Doelbinding: gebruik de beelden alleen voor het beveiligingsdoel waarvoor ze zijn verzameld.
Raadpleeg de AP-richtlijnen van de Autoriteit Persoonsgegevens voor meer details over cameratoezicht:
https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/themas/cameratoezicht/cameragebruik-in-en-om-het-huis/camerabewaking-door-woningcorporatie-of-VvE
Praktische tips voor naleving van privacywetgeving
- Beperk het cameravlak tot gemeenschappelijke ruimten en toegangsdeuren; voorkom dat ramen, balkons of privé-terreinen in beeld komen.
- Kies een camerahoek en uitsnede die alleen de voordeur en directe omgeving registreert.
- Stel bewegingsdetectie in, zodat alleen relevante beelden worden opgenomen.
- Informeer bewoners schriftelijk over opnamebeleid en geef een contactpersoon voor privacyvragen.
Door technische en organisatorische maatregelen te combineren, garandeert u zowel veiligheid als privacy binnen uw appartementencomplex.

Stap 12: Onderhoud en service na installatie
Een intercominstallatie is nooit ‘klaar’ na de eerste oplevering. Door regelmatig onderhoud verlengt u de levensduur van uw Golmar-systeem en voorkomt u onverwachte storingen. Bovendien zorgt een goed onderhouden installatie ervoor dat bewoners altijd kunnen vertrouwen op heldere communicatie en een vlekkeloze deuropenerfunctie. Plan daarom vanaf de oplevering direct de eerste inspectie in, zodat kleine slijtage- of bevestigingsproblemen vroegtijdig worden gesignaleerd.
Onderhoud is méér dan alleen een kort functioneel testje: het gaat om visuele controle, schoonmaak van onderdelen en het waar nodig bijstellen van componenten. Vooral in appartementencomplexen met intensief gebruik is het zaak om zowel binnenposten als deurpanelen én de voedingstrafo met vaste frequentie na te lopen. Zo voorkomt u dat een kapotte microfoon, een vastgelopen slotrelais of een losgeschoten kabel onderburen in de kou laat staan.
Periodiek onderhoud voor een betrouwbaar systeem
Om uw Golmar-intercom in topconditie te houden, hanteert u bijvoorbeeld onderstaande checklist bij een halfjaarlijkse of jaarlijkse inspectie:
- Controleer alle kabelverbindingen op corrosie, losse klemmen en beschadigde isolatie
- Inspecteer deurpanelen op stof- en vuilophoping, maak luidsprekergroeven en microfoongaten stofvrij
- Test de deuropenermotor en het relais: kracht, reageersnelheid en slagduur (meestal 5 s)
- Beoordeel de werking van bel-, spraak- en intercomfuncties: beltoon, verstaanbaarheid en interne oproepen
- Bekijk dipswitch-instellingen en volumeregelingen op binnenposten, pas waar nodig aan
- Controleer de voedingstrafo (12–18 V DC) op correcte spanning en temperatuurontwikkeling
- Maak behuizingen en bevestigingspunten schoon en draai losse schroeven en pluggen weer vast
Een transparant logboek helpt om bij elke ronde de uitgevoerde werkzaamheden en meetwaarden vast te leggen. Daarmee houdt u niet alleen uzelf, maar ook de VvE of beheerder scherp op afgesproken service-intervallen.
Op maat gemaakte onderhoudsplannen
Elk complex heeft zijn eigen gebruiksintensiteit en onderhoudsbehoefte. Bij IntercomDirect kunt u kiezen uit verschillende onderhoudsabonnementen, variërend van een basisinspectie tot een All-in-pakket met storingsdienst en vervangservice van slijtagegevoelige onderdelen. Onze onderhoudscontracten omvatten onder andere:
- Geplande inspecties en schoonmaakbeurten per jaar of kwartaal
- Directe storingsmelding via telefoon of e-mail, met vooraf afgesproken responstijd
- Vervanging van defecte lampjes, relais, microfoons of voedingsmodules
- Rapportages met aanbevelingen voor toekomstige vervangingen of upgrades
- Mogelijkheid tot uitbreiding met preventieve camera- en softwarechecks (voor video-intercoms)
Met een onderhoudsplan op maat bent u verzekerd van continuïteit, transparantie en een snelle service bij onverwachte problemen. Zo blijft uw Golmar-intercom stabiel, scherp en altijd bereikbaar.

Klaar om te beginnen
Met deze complete handleiding heeft u alle stappen in handen om zelf een professioneel werkend Golmar-intercomsysteem te installeren. Of u nu een klein appartementenblok of een complex met honderden units voorziet, een foutloze aansluiting is binnen bereik. Klaar om te beginnen? Ga naar de homepage van IntercomDirect en start vandaag nog uw project.
